Dossier Dutchies November 2018

In de depressieve dagen voor Kerst komen vaak de mooiste liedjes uit. Begin van deze maand bijvoorbeeld verscheen ‘Tonight I’ll Write The Saddest Lines’ van de Moon Tapes. De Amsterdammers hebben met Marien Dorleijn (Moss) het album ‘Speculation’ opgenomen in Kytopia waar ik nu al héél erg naar uitkijk. Halverwege november was er ook opeens de nieuwe single ‘Wasted’ van Marike Jager. Het is ‘pas’ 15 jaar geleden dat ze de Grote Prijs won. Nu komen er gelukkig weer een nieuwe plaat én optredens. Langzaam worden ook steeds meer namen bevestigd voor Noorderslag. Ik heb een bingokaart gemaakt met mijn favorieten voor dat feestje. Tot nu heb ik toch al 11 vinkjes kunnen zetten! En dan in de als maar voortdurende serie, oude bands die toch weer gaan optreden, deze maand: De Raggende Manne. Zij gaan in 2019 het album ‘Alles Kleeft’ op vinyl uitbrengen en weer touren door het land. In dat kader van leuke stuiterbandjes heb ik deze maand ook nog een fijne nieuwe naam ontdekt. Bony Macaroni met bandleden van voorheen The Press and the President. De single ‘Doom’ is een erg fijn hersenpanplakkertje. 

x—x
Anderhalf jaar terug hadden ze me mooi te pakken. Vanuit het niets was de beretrack ‘Comfort Zone’ online gekomen. Alleen de naam Color Bones, een x, drie streepjes en weer een x en “we zijn een nieuwe Utrechtse band” erbij. Dat kan ik dan niet hebben hè, dan wil ik weten wie er achter schuil gaan. Zonder te liegen ben ik ruim anderhalf uur online aan het graven geweest voordat ik één naam gevonden had. Drummer Sjaak (van Dam) kende ik nog van een eerdere band en zodoende strikte ik hem vlak voor hun allereerste optreden in het Utrechtse Stathe voor een interview. Half september dit jaar zag ik ze weer live bij een fijn lokaal festival in de nieuwste hipster buurt van Utereg: Nieuw Rotsoord. De urgentie spatte er vanaf die middag. Ik kreeg ook een persoonlijke uitnodiging voor de albumrelease en zodoende was ik een van de eerste met een toegangsticket. Met een high-five en een stevige knuffel werd ik begroet door de mannen bij de release van hun debuutalbum ‘Vermillion’ begin deze maand. Ik hoor en lees er allemaal verwijzingen naar de millenials generatie in. De vier bandleden zijn geboren in de jaren ’90 en zijn dus zeroes jongeren. Opgegroeid met dat kan & mag alles en juist door het overschot aan mogelijkheden, keuzes maken alleen maar moeilijker wordt of zelfs verlammend werkt (track 3 ‘Chained’). De drang om nooit iets te missen en altijd “aan te moeten staan” hoor ik in track 6 ‘Fear of Missing Out’. Het a capella eind werkte heel goed bij de releaseshow trouwens, die saamhorigheid bij ‘We Were Young, We Were Easy’ was fantastisch. Deze oude man voelde zich gelijk een stukkie jonger. De band is begonnen met schrijven in de Starsound bunker op Kanaleneiland. Daar zijn alle liedjes zo’n beetje ontstaan, maar daar moeten ze ook producer Wout de Kruif tegen het lijf gelopen zijn. Vervolgens hebben ze de afgelopen hete zomer bijna alle Utrechtse opnamestudio’s van binnen gezien, met dit album als geweldig resultaat. Vermillion (Vermiljoen) betekent letterlijk een rood-oranjeachtig pigment. Het bestaat uit kwiksulfide, HgS, en wordt in de natuur gevonden als het mineraal cinnaber. (Bron: wiki) Het werd 2000 jaar vóór Christus in China al voor veel geld verhandeld, maar het is bijvoorbeeld ook de oorspronkelijke kleur van de oranje-rode baan in onze nationale vlag. En nu is het dus ook de bijna lichtgevende kleur op de hoes van het album. De releaseshow begon ook écht met de eerste albumtrack ‘Incoming Call’. Ruim een minuut volledig instrumentaal. Vanaf dat moment was het vol gas aan. Pas toen ik de deur uitliep zag ik dat ze met tape zo’n 2 bij 4 meter x—x op de muur geplakt hadden. Perfectie zit in kleine dingen.

Zuidas
Na zijn rechtenstudie was hij eigenlijk voorbestemd om deals te gaan sluiten op de hoofdstedelijke zuidas, maar de afgelopen maanden heeft hij een paar andere mooie contracten mogen ondertekenen. Een platencontract bij Universal Music en Pien van Friendly Fire verzorgt voortaan zijn boekingen. Ik voelde me begin deze maand als een klein kind zo blij toen ik met de lift, met allemaal fluoriserende lichtjes, naar de 18e verdieping van de A’dam Toren zoefde. Ik had een goede reden want die woensdagavond was er op die hoogte de eerste van drie shows in Tim Dawn’s ‘bijzondere-plekken-tour’. Eigenlijk had in die reeks ook die oude villa op de Utrechtse Maliebaan toegevoegd moeten worden. Inmiddels is het er helemaal verbouwd en lijkt het in niets op de geïmproviseerde studio waar hij zijn debuut EP ‘Up’ in 2016 opnam. Vlak daarna vertelde hij in mijn programma dat Rupert Blackman (Causes) zijn leermeester was in songwriting. Het bewijs dat hij een slimme leerling was had hij met die EP wat mij betreft al geleverd. Bijvoorbeeld met ‘Moon’, het liedje wat hij voor zijn vriendin schreef die kort daarvoor haar vader had verloren. “I wanna be your moon” in jouw donkere dagen. Dat is een zeer fraai metafoor toch? Zelf ben ik verslaafd aan ‘The Lighthouse’. ‘Ik wil me niet aan je opdringen, maar ik ben in de buurt. Zie me als dat verlichte baken in de verte, voor het moment dat je me nodig hebt‘. In de A’dam Toren heb ik ook wat nieuwe liedjes gehoord en die vind ik heel fijn. Het heeft de hitgevoeligheid van Ed Sheeran en volgens mij is het ook wat meer elektronisch dan het vorige en werd verrast door een mooie ballad. Ook nu lijkt zijn vriendin de muse voor al zijn liedjes. Misschien wil ik dat gewoon zien hoor, maar de jongedame was nog enthousiaster over zijn nieuwe songs dan ik. Omdat hij ’s ochtends al vroeg bij het vriendenteam van de radio mocht spelen was het een lange dag voor hem, die natuurlijk werd afgesloten met zijn nieuwste hitsingle. Zodoende hoorde ik het verslavende ‘Walking On A Wire’ zelfs twee keer live die dag. De hele show stond ik met mijn rug richting onze hoofdstad, maar Thijs/Tim keek daarom tijdens het spelen juist naar de stad, richting die torens op zuid. Hij vond het een mooi uitzicht vertelde hij die avond. Hij zal het toch niet cynisch bedoeld hebben?

Er hangt wat in de lucht
Er hing een bordje UITVERKOCHT aan de deur van de EKKO bij de eerste van vier releaseshows voor ‘What A Man’, het tweede album van The Grand East. Eigenlijk is het podium niet echt ingericht op zoveel publiek, zelfs de manager en platenbaas moesten in de lange rij op de trap wachten voor de garderobe. Deze zomer hoorde ik hun statement bij de titeltrack voor het eerst. Voordat ‘What A Man’ gespeeld werd op het Young Art Festival liet zanger Arthur de show even stilvallen. Het gaat om een oprechte verontwaardiging over hoe we met elkaar omgaan tegenwoordig of zoals ze onder de videoclip schreven: “de onmacht om iets te kunnen veranderen aan een verhardende samenleving“. Wie het hardst schreeuwt krijgt de meeste aandacht, maar jezelf overschreeuwen betekent nog niet dat je gelijk hebt namelijk. Opvallen kan ook op andere manieren bewees de band in mei dit jaar al. Om de crowdfunding een boost te geven, gaven ze een feestje met hun eigen The Grand Yeast bier. Zo’n spijt dat ik daar niet bij was! Maargoed, ik was dus bij de release in hun nieuwe thuisstad Utereg. De plaat is opgenomen in de werfkelderstudio van Pablo van der Poel en Simon Akkermans wandelde vanuit Kytopia steeds naar die studio voor de productie ervan. Ze zeggen dat het zijn inbreng is dat deze plaat wat minder bluesrock klinkt dan het debuut van de band. Gek genoeg leken de mannen in het begin van de show zelfs een beetje zenuwachtig. Het net op tijd opvangen van de microfoonstandaard was geen bedachte stoere pose namelijk. De albumhoes is ook een bijzonder verhaal: het portret van de kleine muzikant is een schilderij van de in 2012 overleden schilder Hans Bosman uit Deventer. Zo is er toch weer een directe link met de geboortegrond van de rockers. De band heeft het schilderij cadeau gekregen van zijn kinderen. Natuurlijk valt ook die Nederlandse titel ‘Straaljager’ op op de hoes. Het is een nummer over een zwerver die zanger Arthur dagelijks op straat tegenkwam tot de man er opeens niet meer stond. Hij bleek overleden. Zoals verwacht hadden ze het publiek al snel voor zich gewonnen die avond, misschien wel omdat de fijne hitsingle ‘What A Man’ in het begin gelijk al voorbij kwam. Zelf ben ik vooral fan van ‘I’ve Been Young’, deze zal het op de festivals heel goed doen verwacht ik zo, net als de klassieker ‘Kiss The Devil’ natuurlijk. Bij die song begon de zaal zeg maar te dampen. De eerst volgende show is op de openingsdag van Eurosonic, ik voorspel weer zweet aan het plafond net als in d’Ekko.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *